BEGRIPPENLIJST

IeTee Solutions

De ICT brengt af en toe moeilijk woorden met zich mee. Weet u niet wat een woord betekent? Geen probleem! Wij hebben een begrippenlijst voor u opgesteld. Heeft u naar aanleiding van deze begrippenlijst nog steeds vragen, dan kunt u altijd vrijblijvend contact met ons opnemen. 

Applicaties | Applicaties zijn programma’s die bedoeld zijn voor eindgebruikers en draait op een besturingssysteem.

Automatisering | Een productiewijze dat volledig computergestuurd is.

AVG-compliant | Voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming.

Calamiteiten | Een ongewone gebeurtenis met aanzienlijke materiële en-of gevolgschaden binnen uw ICT-omgeving.

Cloud | De Cloud is een groot decentraal computernetwerk. Het ‘online’ werken en bestanden opslaan gaat via het internet. De informatie staat dus niet op uw computer, maar online. Denk bijvoorbeeld aan documenten, maar ook aan programma’s. Om daar toegang tot te krijgen is een internetverbinding nodig.

Componenten | Diverse onderdelen en computertoepassingen binnen de ICT.

Cyberaanvallen | Aanval op computers, servers, websites e.d. door criminelen, meestal met als doel persoonlijke informatie te verkrijgen of computersystemen onklaar te maken.

Data | Digitale gegevens.

Encrypted | Gecodeerde gegevens.

Ethical hacker | Iemand die op zoek gaat naar de kwetsbaarheden van soft- en hardware zoals websites, computersystemen en netwerken. Deze kwetsbaarheden worden niet openbaar maakt, maar u wordt geïnformeerd over het lek.

Firewall | Een systeem dat het netwerk of computer kan beschermen tegen misbruik of inbraak van buitenaf.

Implementeren | Het in werking stellen.

Infrastructuur | Het geheel van ICT-voorzieningen dat nodig is om een bedrijf te ondersteunen bij een reeks van processen zoals financiën, logistiek, planning, rapportages en communicatie. ‘IT-infrastructuur’ is de verzameling voorzieningen die nodig is voor het transport van digitale signalen die gegevens bevatten.

Kwetsbaarheden | Kwetsbaarheden zijn de zwakke plekken binnen de ICT-omgeving.

Ongeautoriseerd | Niet bevoegd.

On premise | De Engelse IT benaming voor lokaal geïnstalleerde automatiseringssoftware. Het systeem is dan compleet in eigen beheer.

Patches | Patches verhelpen meestal kleine bugs met behoud van softwarecompalibiteit. Het is eigenlijk een klein stukje software dat gebruikt wordt om fouten op te lossen of updates uit te voeren aan software.

Phishing |  Een vorm van internetfraude. Het bestaat uit het oplichten van mensen door ze te lokken naar een valse websites, die een kopie is van de echte website. Nietsvermoedend loggen mensen in met hun inloggegevens, waardoor de fraudeur beschikking krijgt over deze gegevens met alle gevolgen van dien.

Prince2/Agile |

  • Prince2 is een methode voor projectmanagement. Deze methode is gericht op het management, de besturing en de organisatie van een project.
  • Agile software development is een algemene term voor een groep van software ontwikkel methodes zoals RUP (Rational Unified Process), XP (Extreme Programming), Scrum etc.

Programmatuur | Een verzamelnaam voor de programma’s, methoden, regels en bijbehorende documentatie gericht op het functioneren van een computer.

SLA (Service Level Agreement) | Een SLA is een aantal afspraken waarin (service) diensten zijn vastgelegd.

Software | Een computerprogramma die taken uitvoert.

SPAM | Ongewenste e-mail.

Systeembeheerders | Een beheerder en de verantwoordelijke van één of meerdere computersystemen en of informatiesystemen.

Virusscanner | Een programma dat de computer controleert op virussen. Een Virusscanner moet up-to-date zijn, omdat virussen constant veranderen en er regelmatig nieuwe virussen gemaakt worden.